Watergift en bemesting
Na het zaaien wordt de grond beregend. Het zaad kan dan gaan kiemen en zal in de zomer in 2 tot 3 dagen boven de grond staan. In de winter duurt dat wel meer dan een week. Voor een goede kieming is een uniforme natte grond een voorwaarde. Tijdens de watergift wordt meteen voeding meegezogen. Regelmatig wordt een grondmonster genomen om voedingsstoffen te meten. Aan de hand van die analysecijfers en de ervaring op dat vlak wordt bepaald hoeveel en welke voedingsstoffen nodig zijn voor de teelt. Deze voedingsstoffen worden in de mestbak opgelost in water en meegezogen met een bepaalde concentratie (EC) tijdens de regenbeurt.

Hoeveel water een teelt nodig heeft is afhankelijk van de grondsoort en de verdamping tijdens de teelt. Zo zul je op een echte zandgrond (die slecht water vasthoudt) veel meer water moeten geven dan op een zavelgrond met veel kleideeltjes. In de winterperiode geef je ten opzichte van de zomerperiode maar een derde van de hoeveelheid water voor een teelt.

 
 Voor de watergift wordt gebruik gemaakt van roterende sproeiers, die ondersteboven hangen met een afsluiter. Indien er druk op de leiding komt gaat de afsluiter open en gaan de sproeiers draaien. Om verstoppingen van de doppen en de afsluiter te voorkomen is belangrijk dat het uitgangswater goed schoon is (liefst regenwater). Ook kan door middel van een beetje aanzuren van het water de regeninstallatie schoon worden gehouden. Een zandfilter of SAF filter is nodig om vuildeeltjes en groene algen tegen te houden. De kunst van het watergeven van radijs is, om al het benodigde water voor de hele teelt binnen een week te geven. Na het knollen kan een eventueel tekort in de watergift aangevuld worden. Echter regelmatig watergeven in een laat stadium geeft meer blad, een ongelijkere knol en een mindere knolkleur. Ook is het gewas dan langere tijd nat, met gevolgen voor ziekten.

 

 
Coolbergen